wpea968d4c_0f.jpg
wp3ea4f2f3.png

HOME

wp3f7dcd95.png
wp03655fa0.png
wp315171d7.png
wpe8c7b6e5.png
wp01dc4bb8.png
wp5683cfae.png
wp31dd2bdc.png
wpa09d5962.png
wp5eb9b276.png
wpb56b7b37.png
wpc88ffc86.png
wp480bb6e5.png
wp4c9caa41.png
wpa7906113.png
wp531f664d.png
wp28e0152f.png
wp815001f9.png

Fruit, Algemeen

 

U mag van deze tekst één exemplaar afdrukken voor persoonlijk gebruik.

© Christiane Beerlandt en Beerlandt Publications bvba


Alle rechten voorbehouden. Geen enkele tekst uit deze website mag worden verveelvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


 

Uit De Hoorn des Overvloeds

 

 

 

Staat voor...

Een evenwichtige zonnige structuur uitbouwen in je leven, in je lichaam ook, links en rechts evenveel bedeeld. Geen struisvogelpolitiek. Een klaar ‘zicht’ willen krijgen op jezelf, op de dingen.

Alles rondom jou wordt ‘losgelaten’. Geen uiterlijk egootje, maar een innerlijk besef van het IK.

Een overgave aan het Leven -het Levensgevoel- en een Geloof in, een Bewustzijn van die eigen Innerlijke Basis-Kracht. Een absoluut gevoel van harmonie, in liefde en weten, een heerlijk Evenwicht. Eén oersterke Ruggengraat, met ‘links’ en ‘rechts’ een zalige verdeling van elementen (wat men noemt ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’). Zekerheidsgevoel. Innerlijke Kracht wordt beleefd, gevoeld, beseft, vormt een stabiel evenwicht en een deugddoende Harmonie binnen de lichaamsstructuur.

Diep in jezelf aanwezig zijn ; een ‘weten’ zonder belasting van een denkend hoofd ; een voelen, gecentreerd in jezelf en hier niet buiten gaand. Een dieper weten, een soort van wijsheid ook, een klaar ‘zien’ en loslaten. Een in en bij jezelf blijven. De krachtig-prachtige centrale middenpijler, en het Leven wentelt zich daarrond. Een deugddoende, genoeglijke, genietende gewaarwording : te Zijn in jezelf, in je lichaam. Vreugde aan jezelf beleven. Deugddoende zindering in het middenmerg, in elke vezel van je lichaam. Dit zalige ‘zijn’ in jezelf... dit geluksgevoel in je lichaam, in je huid.

Eérst het besef van de eigen stevige basisstructuur (beenmerg-gevoel in de ruggengraat) binnen het kader van Leven ; dàn de verdere uitbouw van het eigen leven, van het eigen lichaam. Te vergelijken met de oersterke Boom-Stam... en de sappen in zijn binnenstructuur, dan groeien die takken van de kruin en wordt er vreugde beleefd aan de zuurstof die de bladeren inademen. De deugd van ‘boom’ te zijn. Zoals de deugd van mens-in-lichaam te zijn, wanneer aangesloten op dat innerlijke kracht-en-licht-centrum.

Blijheid. De Zonne-vreugdeskruin op de Saturnale innerlijk verlichte krachtsstam. Innerlijk meesterschap.

Er wordt niet ‘begeerd’, niet ‘gepakt’, niet ‘buiten zich gezocht’... een zalig-zijn in dit aards-genoeglijke beleven van jezelf in je lichaam.

 

Mensen die grote behoefte hebben aan fruit zijn enerzijds ‘verwant’ aan dit karakter (bv. zij beschikken wel over een stevige Middenkern), maar willen anderzijds dat geloofskrachtige evenwicht tussen ‘links’ en ‘rechts’, dat vreugdesbesef om hun IK, binnen hun eigen grenzen sterker opvoeren.

Zij hebben behoefte aan ordening (leven soms wat te veel in chaos), aan herschikking soms, aan één vaste structuur die inherent is aan de levenskern in henzelf, maar ze beseffen dit onvoldoende. De orde in de chaos is typisch voor het Leven, maar ook typisch voor elk menselijk complex geheel. Dit mogen ze gaan beseffen, er bewust aan deelnemen.

Het zijn mensen die mogelijk geestelijk of emotioneel wat verward zijn, verward denken, niet goed of klaar zien, uit evenwicht geslagen zijn bv., zichzelf niet in coherente eenheid ervaren of kunnen terugvinden.

Soms ook angstig : “Waar vind ik nu mijn houvast ?” (“In jezelf, natuurlijk,” zegt het Fruit). “Help, wie ben ik, wat ben ik ?” Mogelijk gaat men zoeken en grijpen naar houvasten buiten zichzelf. Soms met angst en paniek. “Kom in besef van, in liefde en vreugde bij jezelf, IN jezelf...” maant Fruit aan.

De mens dient te leven naar de overtuiging/het gevoel van die eigen basis-zekerheid, die eigen sterke Middenpijler. Een niet ‘buiten’ je gaan grijpen en zoeken.

Aansluiten bij de diepe Bron in jezelf ; tot innerlijke rust komen...

Niet bang zijn om tot een Ik-besef te komen, je te manifesteren, in de eerste plaats jezelf als IK te erkennen en te manifesteren als eenheid, als eenheidsstructuur : “Ja, dat ben ik. Ik ben het !”

Durven fier zijn op de innerlijke waarde en eenheidskracht. Fierheid om het eigen Zijn, om de pracht van jouw ‘authentieke’ lichaam. Geloven dat je een eenheidskracht bent, en niet zomaar een aaneengelijmde hoop stukjes van alles en nog wat... Bevestig je sterk, vestig je stevig. Sluit je aan bij je eigen middenkern, je innerlijke bronkracht. Geloof in jouw kracht, je waarde, je coherentie. Zoek niet verwilderd her en der ; raap niet hier en daar van alles en nog wat samen, alsof jij uit puzzelstukjes zou bestaan. Voel je niet verdeeld of versnipperd, jij hoeft geen ‘puzzel’ te maken : word die Eenheidskracht van jezelf gewaar, die innerlijke kernkracht en... vanuit dit zekerheidsgevoel krijgt alles op natuurlijke wijze zijn plaats.

In zonovergoten blijheid jezelf beleven in het puurste, zuiverste geluk, los van iets of iemand anders. Weten dat het goed is dat je bént, beseffen dàt je bént als IK en hieruit alle vreugde halen, zonder zorgen, zonder angsten. Voel je je opgedeeld, versnipperd ? Maak jezelf dan weer één ! Pure één-kracht als Mens.

 

Fruit spreekt met de stem van een zonovergoten Saturnus, misschien met een streng oog erop toeziend dat je ‘hier’ zou blijven… ‘binnen jouw IK-vormstructuur’… want dáár ligt tenslotte je vreugde, je geluk. Een gestrengheid in dit ‘weten’, een leiden binnen welbepaalde lijnen : dàn dat gelukzalige gevoel van harmonie als ‘IK’ in jouw lichaam, links en rechts in zaligdoend evenwicht.

 

Fruit spreekt over de zonnige heerlijkheid van de aarde, over het gouden geluk dat de mens te wachten staat wanneer hij zich maar aansluit op die gouden levensbron in zichzelf, wanneer hij zich maar binnen deze grenzen van zijn wezen weet te houden. Het samengaan van levensvreugde -een opruimen van angst-, en van pure bekommernis om het opgroeien van de eigen sterke Middenstam.

 

Mensen die houden van Fruit hebben soms behoefte aan afzondering, ook al beseffen ze het zelf niet altijd : om een keer heel puur en diep op en in zichzelf terug te vallen : op eigen basisbodem terecht te komen en daar de kern van hun vreugdespit te vinden, te voelen, te beleven. Hier en nu, dicht en warm thuis bij zichzelf. Daar is alles aanwezig wat je nodig hebt om gezond en gelukkig te zijn en te blijven. Van hieruit kan je genieten van alles wat is en leeft op de aarde, maar vertrek toch eerst van binnnenuit jezelf. Laat dan die krachtige energieën spelen en opbruisen, maar verlaat die middenkern nooit.

Zij die een grote behoefte aan fruit hebben verlangen dus naar een soort van innerlijke zielenrust, een gevoel van veiligheid en geborgenheid diep in het eigen wezen ; een noodzaak tot integraal thuiszijn en -blijven bij het eigen wezen.

“Communicatie en omgang met anderen is natuurlijk heilzaam, maar éérst en vooral”, zegt Fruit, “telt toch de ervaring, de diepe beleving van de eigen kern-akte van Geboorte, van Zijn als Ik. Stevig, en tevens vrolijk. Oer-sterk, en tevens vol blijheid. Vertrekkend binnen de muren in de wortels van je eigen wezen. Ondoordringbare bast ; immuniteit binnen het eigen wezen.”

Fruit vraagt om een evenwicht tussen structuur en inhoud, om een niet buiten de eigen grenzen gaan, om een zichzelf eerst volledig optrekken, sterk als een boomstam waarbinnen de levenssappen dan kunnen stijgen en vorm geven aan een bloeiende kruin, aan groene bladeren, aan het blije perspectief, de vreugdevolle waarnemingen, de zintuiglijke en hartelijke belevenissen in het Leven. Fruit zegt : “Eérst die sterke structuur... jouw vorm-geving... dàn komt de weelde, de rijkdom, het geluk.” De stevige Stam in wasdom en vreugde laten uitgroeien. Een gezonde, noodzakelijke soort van gestrengheid (structuur en begrenzing, vorm-afbakening en evenwichtige opbouw in het hier-en-nu) enerzijds, en een blije, vrije, dynamisch-intensieve beleving van het ‘Ik Ben’, anderzijds.

 

 

Uit De Hoorn des Overvloeds, Christiane Beerlandt

© Beerlandt Publications